De Lekke Ketel

De Lekke Ketel

Naam: De Lekke Ketel
Locatie: Charing Cross Road in London/Wegisweg 1
Ontstaan in: 1500
Gecreëerd door: Daisy Dodderig
Huidige eigenaar: Hannah Albedil - Lubbermans

Eerste verschijning: Harry Potter en de Steen der Wijzen
Laatste verschijning: Harry Potter en de Gevangene van Azkaban

 
UITERLIJK
Een piepklein, groezelig cafeetje. Het is gelegen tussen een grote boekenzaak aan de ene kant en platenwinkel aan de andere kant. Binnen is het donker en haveloos. Beneden is er een bar waar je van alles kunt drinken en waar je kunt praten. Achter de bar kun je naar een klein, ommuurd binnenplaatsje, waar behalve een vuilnisbak en wat onkruid niets te zien is. Er leidt een fraaie houten trap naar boven, waar zich de kamers voor de logees bevinden. De deuren zijn voorzien van een koperen kamernummer.

Kamer 11: In deze kamer staat een comfortabel bed, heeft glanzend gepoetste eiken meubels, een haard en een kleerkast. Ook hangt er een pratende spiegel.
MAGISCHE CAPACITEITEN
Het is de doorgang om naar de Wegisweg te komen. Boven de vuilnisemmer die buiten staat, moet je op de muur drie stenen omhoog en twee stenen naar rechts gaan. Als je op die steen drie keer met de punt van je toverstok tikt, komt er een gaatje in, dat groter en groter wordt, tot het een grote gebogen poort is. Die poort is zelfs voor Hagrid groot genoeg. Als je door de poort heen bent, krimpt die meteen weer ineen tot muur.

Verder is het een beroemde tovenaars herberg.
GESCHIEDENIS
In 1500 werd de Lekke Ketel gebouwd door Daisy Dodderig. De Lekke Ketel bestond al lang voordat Charing Cross Road werd gebouwd. Het echte adres van de Lekke Ketel is dan ook Wegisweg nummer 1, en er wordt gezegd dat de herberg is gebouwd tegelijk met de rest van de magische straat. In eerste instantie was de Lekke Ketel zichtbaar voor dreuzels, terwijl de herberg in eerste instantie was bedoeld voor heksen en tovenaars. Dreuzels werden niet weggestuurd of een onwelkom gevoel gegeven, hoewel sommige gesprekken of huisdieren van tovenaars er wel voor hebben gezorgd dat dreuzels de herberg verlieten zonder hun maaltijd op te eten.

In 1692 met de oplegging van het Internationaal Statuut van Geheimhouding, stond Minister Ulick Gamp de herberg toe om zijn bestaan als een veilige haven en een toevluchtsoord voor leden van de magische gemeenschap voort te zetten. Verder ging Gamp ermee akkoord om de verhuurder toestemming te geven om mensen vanuit de achtertuin naar de Wegisweg te laten gaan, omdat de winkels achter de Lekke Ketel nu ook bescherming nodig hadden. Uit dankbaarheid maakte de eigenaar van de Lekke Ketel een nieuw biermerk, Gamp’s Old Gregarious, dat zo smerig smaakte dat niemand ooit een heel flesje op dronk.

Een van de moeilijkste tijden voor de Lekke Ketel was de oprichting van Charing Cross Road. Als dit zo was gelopen zoals het in eerste instantie gepland was, zou de herberg volledig plat gemaakt zijn. De minister van die tijd, Faris Spavin, was er toen zeker van dat dit het einde van de kroeg was en dat het niet gered kon worden. Tegen de tijd dat hij klaar was met zijn zeven uur durende toespraak, verkreeg hij echter een briefje van zijn secretaresse waarin stond dat tovenaars zich hadden verzameld en door het massale gebruik van geheugen spreuken de hele route van de nieuwe weg hadden veranderd, waardoor de architecten in de war raakten en zich af vroegen waarom er een lege ruimte op het ontwerp was, en waarom die ruimte niet met het blote oog verscheen. Hierdoor werd de Lekke Ketel gered.

In de zomer van 1899 verbleven Albus Dumbledore en Engelbert Dop in de Lekke Ketel, in voorbereiding om naar Griekenland te vertrekken, toen Albus het bericht kreeg over de dood van zijn moeder.

In 1991 passeerden Harry Potter en Rubeus Hagrid de pub op weg naar de Wegisweg. Tom, de herbergier, begroette Hagrid daar als een oude vriend. Hierdoor leek het erop dat Hagrid een reguliere klant was. Enkele andere heksen en tovenaars die er op dat moment waren, waren Roos Kwekkeboom, Dedalus Diggel en Quirinus Krinkel en ze hadden grote belangstelling voor Harry, in de rij staand om zijn hand te mogen schudden.

In 1992 reizen Harry Potter en de Wezel-familie naar de Wegisweg met behulp van brandstof. Harry heeft Wegisweg verkeerd uitsprak en daarna naar de Verdonkeremaansteeg reisde. Nadat ze boodschappen hadden gedaan, vertrokken Harry en de Wemels door de open haard van de Lekke Ketel naar het Nest.

In 1993 verbleef Harry Potter een tijdje in de herberg, omdat hij per ongeluk zijn tante Marge had opgeblazen. Hij ontmoette ook Cornelius Fudge voor het eerst in een privékamer.

Terwijl de Lekke Ketel een favoriete ontmoetingsplaats was voor de magische gemeenschap, nam de drukte enorm af in de zomer van 1996, tijdens het begin van de Tweede tovenaarsoorlog. Terwijl Voldemort en de Dooddoeners zich in de open lucht begaven, vermeden vele heksen en tovenaars zoveel mogelijk openbare plaatsen, waaronder de Lekke Ketel. Toen Harry Potter, Rubeus Hagrid en de Wezel-familie die zomer via de Lekke Ketel op weg waren naar de Wegisweg, merkten ze dat de bar leeg was met uitzondering van Tom.

Op 1 mei 1998, op het hoogtepunt van de oorlog, hielden Harry Potter, Ron Wemel en Hermelien Griffel, met de hulp van Grijphaak de Cobolt, een inbraak bij Goudgrijp. Tijdens het passeren van de Lekke Ketel op weg naar de bank, was de Lekke Ketel bijna leeg. Tom boog diep in angst bij het zien van Hermelien, die op dat moment vermomd was als Bellatrix VanDetta.

Op een bepaald moment na het einde van de Tweede Tovenaarsoorlog ging Tom met pensioen of stierf. Hannah Albedil werd toen de nieuwe hospita.
BEKENDE KAMERS
De privé salon was een kamer achter de bar op de begane grond. Het had een bureau, een raam en een tafeltje en twee ongemakkelijke stoelen. In 1993 leende de Minister van Toverkunst, Cornelis Droebel, de kamer zodat hij met Harry Potter over zijn veiligheid kon praten, en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken over Sirius Zwarts (die dacht dat hij een massamoordenaar was). Hij vertelde ook aan Harry dat twee mannen van het Departement van Magische Rampen en Catastrofes waren gestuurd om Margot Duffeling door te prikken en haar geheugen aan te passen nadat Harry de controle over zichzelf had verloren bij de Duffelingen. Ook zei Cornelis Droebel dat weglopen onverantwoordelijk was.

Kamer 10 was een kamer op de eerste verdieping. In 1993 stond de dienstmeid op het punt de kamer schoon te maken toen de eigenaar haar brulde en de deur sloot.

Kamer 11 was een kamer op de eerste verdieping met een bed in het midden, een open haard, een sprekende spiegel en een raam. In 1993 bleven Harry Potter en zijn uil Hedwig in de kamer nadat Harry weggelopen was van huis en werd opgepikt door de Collecte Bus.

Kijk eens naar deze locaties