De Geheime Kamer

De Geheime Kamer

Naam: De Geheime Kamer
Locatie: Onder Zweinstein, nog dieper dan de kerkers
Ontstaan in: De 10e eeuw
Gecreëerd door: Zalazar Zwadderich
Huidige eigenaar: -
Motto: -

Eerste verschijning: Harry Potter en de Geheime Kamer, Hoofdstuk 8
Laatste verschijning: Harry Potter en de Relieken van de Dood, Hoofdstuk 31

 
UITERLIJK
De kamer lijkt op een gigantische tempel met pilaren en uit steen gehouwen slangen. Er staat een groot standbeeld van Zalazar Zwadderich aan het eind van de kamer, wat tevens huis biedt aan de basilisk die er woont. Het is donker in de kamer, hoewel er een groenige gloed over de standbeelden ligt. Tevens is er veel water te vinden omdat de basilisk in het water leeft, en zich ook voortbeweegt door de pijpleidingen van de school. Als je de kamer binnenkomt, ligt er een pad met aan weerzijden standbeelden van slangenkoppen. Als je dit pad volgt, kom je bij het standbeeld van Zalazar Zwadderich. Ook liggen er veel skeletten van kleine dieren die gestorven zijn door de blik van de basilisk. (GK16)
MAGISCHE CAPACITEITEN
Om de kamer zo goed mogelijk te beschermen, besloot Zalazar Zwadderich de ingang zo te betoveren, dat deze alleen te openen is door middel van Sisselspraak. Zo was hij ervan verzekerd dat alleen zijn ware erfgenaam de kamer zou kunnen openen, omdat hij zelf ook een Sisseltong was.(PM)

Verder is het een beroemde tovenaars herberg.
GESCHIEDENIS
Zalazar Zwadderich was het niet eens met de opvattingen van de drie medestichters van Zweinstein. Hij vond dat alleen tovenaars met een volbloed-afkomst naar de Toverschool mochten komen, terwijl de andere stichters ook halfbloeden en dreuzeltelgen toe wilden laten. Zalazar verliet daarom de school, maar niet voordat hij De Geheime Kamer bouwde. De kamer zou het huis bieden aan een basilisk, die de opdracht kreeg alle dreuzeltelgen op Zweinsten te vermoorden. Alleen de ware erfgenaam van Zwadderich zou de kamer kunnen openen, tot die tijd zou hij gesloten blijven.

In de jaren die volgden, waren er veel schoolhoofden die op zoek gingen naar De Kamer nadat ze de verhalen hoorden. Maar alleen de Sisseltongen wisten de kamer te vinden, de rest begon met de jaren te geloven dat het gewoon een legende was. (GK9, GK16, RD31, PM). Er is bewijs dat de Kamer wel geopend werd in de duizend jaren die volgden. De ingang van de Kamer was namelijk eerst onder een valluik, gevolgd door vele magische tunnels. Maar gedurende de jaren veranderden de pijpleidingen door nieuwe technieken van de dreuzels. Een student, genaamd Corvinus Mergel, was bang dat de ingang te goed verstopt zou raken door de nieuwe leidingen, dat hij het geheim vertelde aan de mensen die het moesten weten. Zo zou de ingang toch te vinden zijn voor hen die ervan wisten.(PM)

Pas in 1943, toen de kamer werd heropend, kwam de waarheid aan het licht. De kamer werd geopend door Marten Vilijn, een zestienjarige student van Zweinstein. Marten was jaren bezig geweest om de ingang te vinden, en na vele onderzoeken wist hij de kamer te ontdekken. Marten wilde, net als Zalazar, dat alle dreuzeltelgen Zweinstein zouden verlaten. Marten opende de kamer door middel van Sisselspraak, waar hij als erfgenaam van Zwadderich over bezat. Hij liet de basilisk vrij, zodat deze de dreuzeltelgen op kon sporen en uit kon moorden.

Het laatste slachtoffer was Jammerende Jenny. Zij stierf in de meisjestoiletten op Zweinstein (GK17). Zweinstein zou gesloten worden als de dader niet gepakt zou worden. Omdat Zweinstein de enige plek was waar Marten Vilijn zich thuis voelde, zorgde hij ervoor dat medestudent Rubeus Hagrid de schuld kreeg zodat de school open zou blijven. Marten wist het toenmalige schoolhoofd ervan te overtuigen dat Rubeus Hagrid de kamer had geopend om zo zijn Accromantula genaamd Aragog te kunnen verstoppen. Hagrid werd van school gestuurd, en Marten kreeg een Trofee voor Speciale Verdienste voor de School. (GK17)

De Professor Gedaanteverwisseling, Albus Perkamentus, vertrouwde de situatie niet en hield Vilijn goed in het oog. Omdat het niet veilig was om de kamer open te houden, sloot Marten de basilisk weer op. Omdat hij hoopte dat er ooit iemand zou zijn die zijn werk af kon maken, sloot hij zijn zestienjarige-ik op in een dagboek in de hoop dat zijn erfgenaam deze ooit zou vinden.

In 1992 kwam het dagboek in handen van Ginny Wemel. Zij begon in het dagboek te schrijven toen ze zich verdrietig en alleen voelde. Het dagboek bood haar steun, en won haar vertrouwen. Toen Marten via deze weg haar vertrouwen had gewonnen, begon hij haar te manipuleren. Hij behekste haar zo, dat ze boodschappen namens hem op de muren van Zweinstein schreef. De eerste boodschap luidde: 'De Geheime Kamer is geopend. Hoedt u, vijanden van de erfgenaam' (GK8). Ginny opende onder invloed van Marten de kamer, met behulp van zijn sisselspraak. De basilisk kwam vrij, en doolde door de school. Hij versteende meerdere mensen en dieren, maar vermoordde niemand.

Op 29 mei 1993 werd Ginny haar lichaam meegenomen naar de kamer. Marten wilde haar lichaam overnemen om zo weer levend te worden. Vlak onder het eerste opschrift op de muur, stond nu een tweede: 'Haar gebeente zal eeuwig in de kamer liggen' (GK16) . De docent Verweer Tegen de Zwarte Kunsten, Gladianus Smalhart, gaf aan dat hij wel wist waar de ingang was. Omdat Harry Potter en Ron Wemel inmiddels meer informatie hadden over wat zich daar schuilhield, besloten ze met hem mee te gaan. Gladianus wist echter helemaal niet waar de ingang was. Harry stelde voor om naar het toilet van Jammerende Jenny te gaan, om te kijken of haar geest die daar nog altijd ronddwaalde hen meer kon vertellen.

Jammerende Jenny gaf aan dat ze twee grote, gele ogen zag bij de wasbak, vlak voordat ze dood ging. Harry bestudeerde de desbetreffende wasbak, en ontdekte een klein slangenfiguur op de kraan. Ervan overtuigd dat dit de ingang moest zijn, zei hij iets in sisselspraak. De wasbak verdween, en een grote pijpleiding wees hen de weg naar de kamer. Harry leerde hier het ware verhaal over het dagboek, Ginny en Marten. Met behulp van het Zwaard van Griffoendor wist hij de basilisk te verslaan. Vervolgens doorboorde hij het dagboek van Marten met een giftand van de basilisk, om zo de zestienjarige Marten te doen verdwijnen. Ginny werd gered, en de kamer werd opnieuw gesloten.(GK17)

Op 2 mei 1998, gedurende de Tweede Tovenaarsoorlog, werd de kamer geropend door Ron Wemel. Het dagboek wat Harry destijds had vernietigd bleek een Gruzielement te zijn. Ron was samen met Harry en Hermelien Griffel op jacht naar de andere gruzielementen, om zo Voldemort (Marten Vilijn), voorgoed te verslaan. Hij opende de kamer in de hoop dat er nog een giftand van de basilisk zou liggen zodat ze daarmee de overige gruzielementen konden vernietigen, zoals Harry het dagboek had vernietigd. (RD31)

Kijk eens naar deze locaties